Interview Ethan Nadelmann (Drug Policy Alliance): “Fundamenteel zie ik drugsoorlog als schending mensenrechten”.

Admin   juni 16, 2016   Reageren uitgeschakeld

Interview met Ethan Nadelmann van het Drug Policy Alliance: “Fundamenteel zie ik de drugsoorlog als een schending van de mensenrechten”.

 

16/5/2016 door Yabastaman (Yoo.rs)

choose

Door het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone werd hij omschreven als de man achter de hervormingsinspanningen voor een nieuw drugsbeleid en als “de echte drug tsaar” van de Verenigde Staten. Ethan Nadelmann wordt alom beschouwd als de drijvende kracht achter de cannabis legaliseringgolf, zowel in de VS als in het buitenland.

Ethan Nadelmann is de oprichter en directeur van het Drug Policy Alliance (DPA), de toonaangevende organisatie in de VS die zich inzet voor het bevorderen van alternatieven voor de ‘war on drugs’. Nadelmann ontving zijn B.A., J.D. en Ph.D. in de politieke wetenschappen aan Harvard. Hij behaalde daarnaast een Master diploma in de internationale relaties aan de London School of Economics. Zeven jaar lang doceerde hij politicologie en overheidszaken aan de Universiteit van Princeton. Vandaag spreek ik met hem over het drugsbeleid in de VS en de rest van de wereld.

Dewals: Meneer Nadelmann waarom wil u het huidige drugsbeleid in de VS en het grootste deel van de wereld veranderen?

Nadelmann: Er zijn verschillende redenen die maken dat ik doe wat ik doe. Een eerste reden is dat ik denk dat de oorlog tegen drugs, en de hele sfeer die deze met zich meebrengt, een absolute nachtmerrie is voor de VS en de rest van de wereld. Fundamenteel zie ik de drugsoorlog als een schending van de mensenrechten. Vanuit mijn opvoeding leerde ik om aandacht te hebben voor zulke onderwerpen. Mijn vader was een rabbijn en mijn oom een professor. Ik werd dus omgeven met mensen die naar gebeurtenissen keken op een morele en intellectuele manier, niet vanuit een zuiver zakelijke manier. Toen ik studeerde drong een tweede reden zich op. Aan de universiteit, wanneer ik als jonge dertiger aan mijn doctoraat werkte, realiseerde ik me dat het voor mijn intellectuele ontplooiing belangrijk was om verbonden te zijn met het persoonlijke, emotionele en politieke deel van mezelf. Anders zouden mijn studies en intellectuele ontwikkeling zinloos voor me geweest zijn. Toen ik achttien was en aan de McGill Universiteit in Montreal ging studeren, begon ik cannabis te roken en begreep niet waarom andere mensen voor hetzelfde werden gearresteerd. Dit inzicht gaf me een connectie, zelfs een persoonlijk belang, bij het willen veranderen van de drugswetten. Bovendien bestudeerde in de jaren tachtig bijna niemand het drugsbeleid vanuit mijn onderzoeksveld, de politieke wetenschappen en internationale relaties, aan de universiteit. Voor al deze redenen samen begon ik het drugsbeleid te bestuderen en ontdekte dat er een enorme kloof was tussen wat het overheidsbeleid en de publieke opinie pretendeerden te weten en wat de wetenschap als goed drugsbeleid suggereerde. Het verkleinen van deze kloof tussen het gegeven overheidsbeleid en de wetenschap leek een zinvolle manier om mijn leven aan te besteden.

Dewals: Het DPA is een niet-gouvernementele organisatie dat ernaar streeft om het drugsbeleid te wijzigen. Hoe werkt het? Ontmoet u voortdurend toppolitici?

Nadelmann: Dat hangt ervan af. In de Verenigde Staten bestaan er twee mogelijkheden om wetten te veranderen. Een eerste manier is via het wetgevingsproces en het Congres. Daarnaast bieden ongeveer de helft van de staten in de VS hun bevolking de mogelijkheid om zich door middel van referenda politiek te organiseren. De organisatoren moeten dan een bepaalde hoeveelheid handtekeningen ophalen om hun voorstel in wet om te zetten. Dit is de wijze waarop de meeste drugshervormingen in de VS gebeurden. Alle grote doorbraken, hetzij voor de legalisatie van medicinale marihuana vanaf 1996, of voor de legalisatie van recreatieve marihuana vanaf 2012, of de eis voor behandeling in plaats van opsluiting voor mensen met drugsproblemen en vele andere hervormingen, vinden hun oorsprong in deze statelijke referenda. Wanneer een meerderheid van de mensen een hervorming wilden en de politici er niet in slaagden om deze hervorming te implementeren, gebruikte het volk een referendum om de verandering te bewerkstelligen.

Dewals. Hielp het DPA de plaatselijke bevolking bij het organiseren van de referenda?

Nadelmann: We speelden een cruciale rol. Bij het eerste initiatief in Californië, in 1996, om medische marihuana te legaliseren hebben we het voorstel niet geschreven. Maar anderzijds was ik degene die het geld inzamelde en het basisinitiatief veranderde tot een professionele en succesvolle campagne. Na Californië behaalden we tussen 1998 en 2000 overwinningen, voor de legalisering van medicinale marihuana, in zes andere staten (Alaska, Oregon, Washington, Colorado, Nevada en Maine). Al die tijd werkten we samen met lokale activisten maar uiteindelijk leidden wij het gehele proces. Met gelijkaardige campagnes zoals ‘behandeling in plaats van opsluiting van mensen met een drugsprobleem’ of onze campagne tegen ‘de verbeurring-wetten’, waarmee de politie en officieren van justitie geld en/of goederen in beslag mogen nemen zonder een strafrechtelijke veroordeling, verdenking is genoeg, werkten we op een soortgelijke manier. In de afgelopen jaren beginnen de zaken te veranderen. We hebben nu een betere relatie met ambtenaren op federaal, statelijk en lokaal niveau zoals bijvoorbeeld in New-York, Oregon, Californië, Vermont, Connecticut, New-Jersey, Colorado, en New Mexico. In sommigen staten werken we nog steeds in oppositie met de overheid maar meer en meer kunnen we over bepaalde kwesties enigszins met hen samen werken. Soms kunnen we met een bepaald agentschap, bijvoorbeeld volksgezondheid, van een bepaalde staat samenwerken terwijl dit met een ander agentschap van dezelfde staat, niet het geval is.

In november hadden mijn collega’s en ik een ontmoeting met ambtenaren van de Obama Drug Czar administratie. Het was voor ons mogelijk om hen te ontmoeten omdat hun standpunt nu over een aantal zaken, voornamelijk met betrekking tot schadebeperking bij drugsgebruik en de hervormingen bij justitie, meer met ons standpunt overeenkomt dan afgelopen jaren het geval was. Vandaag zijn we op zoek naar manieren om met hun samen te werken. In het verleden werkten we in oppositie tegen de overheid. Recentelijk wordt het water minder diep tussen ons, althans op sommige plaatsen. Maar het DPA vraagt en krijgt bijna nooit werkingsfondsen van de overheid.

lhbbb

Dewals: Ondervindt u weerstand aan de lobbytafel?

Nadelmann: Oh ja! Onze grootste en meest invloedrijke tegenstander in Californië was jarenlang de vakbond van gevangenisbewakers. In de VS hebben we af te rekenen met weerstand van private gevangeniscorporaties, politieorganisaties of therapeutische instellingen met een ‘alleen behandeling’ visie. Grote tegenstanders zijn de verenigingen van procureurs (officieren van justitie). Ook sommige rechts georiënteerde mensen zijn niet opgezet met onze doelen zoals de miljardair Sheldon Adelson.

Dewals: Werkt het DPA alleen in de VS?

Nadelmann. Nee, dit komt omdat ik vanuit mijn academische carrière eerst geïnteresseerd was in het drugsprobleem als een internationaal probleem, niet als een Amerikaans probleem. Toen ik nog professor in Princeton was handelden mijn eerste publicaties over het internationale kader van het drugsbeleid. Toen ik het DPA in 1994 opstartte, toen heette het nog het Lindesmith Center, was ik de medestichter van het International Harm Reduction Development programma aan de Open Society Institute. Ik gaf lezingen voor de Duitse Bondsdag, het Congres van Mexico, de Canadese Senaat en het Congres in Chili. Het DPA had daarnaast ontmoetingen in Australië en Nieuw-Zeeland en we adviseerden de burgemeesters van Vancouver. Tot nog toe werkten we niet zo veel in Azië en Afrika. Maar onlangs adviseerden we de Western Africa Commission on Drugs, dat Kofi Anan bijeenriep. Daarnaast werkte ik als adviseur voor de Global Commission on Drug Policy (GCODP), een lobbygroep die wordt voorgezeten door Fernando Henrique Cardoso, de ex-president van Brazilië, en die andere ex-presidenten en invloedrijke mensen onder haar leden telt. Ook het GCODP wil het wereldwijde drugsbeleid wijzigen.

Een van mijn collega’s, Hannah Hetzer, verbleef in 2013 een lange tijd in Uruguay. Ze coördineerde er informatiecampagnes om de plaatselijke publieke opinie te informeren over marihuana en de legalisering van recreatieve marihuana. Hoewel negentig procent van ons werk op Amerikaanse bodem plaats vindt, zijn we eveneens in de rest van de wereld actief.

Dewals: In Canada is men bezig met recreatieve marihuana te legaliseren. Heeft het DPA de Canadese politici geadviseerd bij de hervorming van hun beleid?

Nadelmann: Ja. Larry Campbell, één van de bestuursleden van het DPA, voormalig burgemeester van Vancouver en nu Canadees senator, en Donald MacPherson, de directeur van de Canadese Drug Policy Coalition zijn bondgenoten en zijn van nabij betrokken bij de veranderingen. Telkens wanneer ze onze hulp inroepen staan we klaar om hen te helpen.

Dewals: In 2015 wordt de VS geteisterd door massale gevangenisopsluitingen, denkt u dat de veroordeelden, onder hen veel drugscriminelen, worden gebruikt als goedkope arbeidskrachten?

Nadelmann: Ik denk niet dat goedkope arbeid de reden was voor de massale opsluiting in de eerste plaats. Ten tijde van Nixon maar vooral in de jaren tachtig zorgde de drugsoorlog voor een situatie waarbij de gevangenisbevolking zeer snel groeide. Het gevolg was dat de hoeveelheid mensen die werkzaam waren in de industriële gevangeniscomplexen eveneens enorm toenam en politiek zeer machtig werd. De bewakers begonnen zich te organiseren en privégevangenissen gingen lobbyisten inhuren om hun inkomen en belangen te beschermen. Daarnaast waren de politiediensten voor hun inkomens afhankelijk van activa en geld dat ze in beslag genomen hadden van mensen die ze verdachten van drugsdelicten maar waarvan ze de schuld niet moesten bewijzen. Bovendien beslisten verschillende staten om gevangenissen te bouwen om zo banen te creëren. Uiteindelijk sloten bedrijven dan arbeidscontracten af met gevangenissen omdat hun populatie goedkope arbeid konden leveren. Zo werden gevangenen ingehuurd om de straten schoon te maken en om allerlei ander werk te verrichten. Al vlug werden de bedrijven afhankelijk van deze goedkope arbeidskrachten. Dit is volgens mij hoe de door u genoemde ontwikkeling historisch gezien tot stand kwam. Men is steeds verder gaan bouwen op een voorgaande situatie maar goedkope arbeid is volgens mij niet de reden van de massale gevangenispopulatie die de VS vandaag kent, daar heeft de oorlog tegen drugs grotendeels voor gezorgd

In haar boek ‘The New Jim Crow: Mass Incarceration in the Age of Colorblindness’ legt Michelle Alexander uit hoe de oorlog tegen drugs de nieuwe ‘Jim Crow wetten’ werden. Deze wetten verwijzen naar de racistische wetten uit de eerste helft van de twintigste eeuw in het zuiden van de VS. Alexander toont aan hoe, nadat de burgerrechtenbeweging de meer openlijke racistische wetten kon afschaffen, de drugsoorlog het nieuwe instrument werd om de zwarte mensen te onderdrukken. Dit is niet zomaar een hypothese, er is zeer veel bewijs dat in deze richting wijst. Initieel zijn de drugwetten niet racistisch bedoeld maar in hun praktische implementatie dienen ze uiteindelijk dezelfde doeleinden. De raciale onevenredigheid binnen de Amerikaanse gevangenissen is dermate hoog dat statistisch gezien zwarte mensen vier tot acht keer meer kans hebben, naargelang de staat waar ze wonen, om voor drugsdelicten te worden opgesloten. Dit is geen uniek Amerikaans fenomeen. In Groot-Brittannië, Brazilië of Colombia en op vele andere plaatsen stelt men hetzelfde vast. Afgezien van deze racistische onevenredigheid hebben we in de VS niet alleen het hoogste absolute aantal gevangenen. We hebben ook het hoogste aantal gevangenen per hoofd van de bevolking van de wereld. Dat is ongeveer vier tot zeven keer meer dan in Europa en het hoogste ooit voor een democratie in de geschiedenis.

Dewals: Denkt u dat we in een situatie zullen terechtkomen waarbij mensen zullen ontdekken dat ze door de beleidsmakers en politici werden bedrogen? En dat de wetten die deze laatste implementeerden en uitvoerden niet gebaseerd waren op wetenschappelijke bevindingen noch op mensenrechten?

Nadelmann: Dat is precies wat er nu gebeurt en dit gebeurde eveneens twintig jaar geleden toen we de eerste referenda om medische marihuana te legaliseren wonnen. Of wanneer we een behandeling in plaats van opsluiting vroegen voor mensen die verslaafd zijn. In beide gevallen wonnen we omdat een meerderheid van het electoraat hun vertrouwen kwijt waren geraakt in de beloften van de politici. Later gebeurde hetzelfde met de verbeurring-wetten of met de legalisering van recreatieve marihuana in 2012. Gelukkig zijn er nu een groeiend aantal mensen, zelfs overheidsmensen, die hetzelfde zeggen dan wat wij al jaren zeggen.

Dewals: Geven ze hun mislukkingen toe?

Nadelmann: Ze beginnen. Misschien niet op een expliciete manier, maar wanneer men de recente veranderingen in verschillende staten beschouwt, dan kan men deze ook als een bekentenis lezen. Er zijn drie grote kwesties die ik razendsnel zie veranderen. Ten eerste de legalisering van recreatieve wiet. Paradoxaal genoeg zijn de VS de wereldwijde leider op het vlak van de hervormingen ten aanzien van recreatieve marihuana. Niet op het federale niveau, maar op staatsniveau via referenda opgestart door het maatschappelijk middenveld en de publieke opinie. Tien jaar geleden zou niemand dit voorspeld hebben. Het tweede punt is het verminderen van de gevangenisbevolking. Vandaag is in de VS een grotere politieke dynamiek aanwezig, dan waar ook ter wereld, om dit klaar te spelen. Maar omdat we zo’n vreselijke startplaats hadden, door de over-opsluiting, heeft het inhaalmanoeuvre ons tot nog toe alleen maar een beetje meer bij het wereldgemiddelde gebracht. Maar het feit blijft dat de huidige politici, over het gehele politieke spectrum gezien, nu meer aan de strafhervorming werken dan de gekozenen van de vorige vier decennia. Het laatste punt, de behandeling van drugsgebruikers en verslaafden als een volksgezondheidsprobleem, is het vlak waarop we het minste vooruitgang hebben geboekt in vergelijking met West-Europa, Australië en sommige delen van Latijns-Amerika. Deze regio’s hebben zich veel meer ingezet om de negatieve gevolgen van, vooral intraveneus drugsgebruik, te verminderen. Denk daarbij aan maatregelen om de verspreiding van HIV en hepatitis zoveel mogelijk te stoppen, het decriminaliseren van drugsbezit, het bieden van een plek waar drugs veilig gebruikt kunnen worden. Op dit vlak hebben de VS nog steeds een grote achterstand, zowel de publieke opinie als de overheid.

vsvlag

Dewals: Welk beeld geven de Amerikaanse media over drugs?

Nadelmann: De media in de VS, zoals overal, worden steeds diverser. Toen ik met mijn activisme begon in 1987 waren er veel minder media dan vandaag en was er geen internet. Vandaag is er een enorme toename van het aantal media en het is veel moeilijker om te praten over ‘de’ media. Daarbij komt dat de televisie vroeger heel slecht was voor nieuws omtrent drugs in het algemeen. Ze had de neiging om te focussen op de sensationele kant van de zaak. Beelden van de politie in paramilitaire outfit die deuren inbeukten of gewelddadige inbeslagnames waren zeer gewild bij de televisie. Maar nu meer en meer mensen voor hun informatie op het internet vertrouwen is de televisie minder belangrijk geworden. Bovendien zijn deze beelden vandaag bij verscheidene mediakanalen niet langer gewild. Dit komt omdat er een nieuwe generatie mensen werkzaam zijn in de media die op een intelligentere manier over drugs berichten. Er zijn dus verschillende redenen waarom de media vandaag beter werk leveren dan tien, twintig of dertig jaar geleden. Sommige media zijn nog steeds een probleem natuurlijk, maar het is zeker niet zo slecht als het toen was.

Om de paar jaar krijgen we wel nog een nieuwe ‘drug scare’, een periode dat een bepaalde drug als ultraslecht in de media wordt belicht, en dan zie je de media op hun slechtst. Onlangs zagen we dit met de zogenaamde ‘bath salts’ of ‘K2′ (synthetische marihuana). Dit soort van berichtgeving is dezelfde als degene we met ‘Reefer madness’ in de jaren 1930 of heroïne en crack-cocaïne in de jaren 1980 meemaakten. Tijdens deze ‘drug scares’ spelen media in op de angst bij het publiek en creëren zo een situatie waarin politici eerst straffen en dan vragen stellen.

Dewals: Colorado, dat onlangs recreatieve marihuana legaliseerde, is enorme fiscale inkomsten aan het innen. Denkt u dat deze belastinginkomsten andere staten of zelfs de federale staat zal aanzetten om hun drugsbeleid te veranderen?

Nadelmann: De mogelijke belastingsinkomsten zijn zeker een van de redenen waarom mensen hun mening herzien, maar er zijn nog andere redenen. Toen we opiniepeilingen in Colorado, Oregon en Washington hielden staken er twee redenen bovenuit. Enerzijds is het zo dat de gemiddelde burger liever heeft dat de politie zich met echte misdaad bezig houdt in plaats van marihuana rokende jongeren te vervolgen. Anderzijds zien de mensen liever dat de overheid belastinginkomsten op marihuana int dan dat criminele organisaties ermee aan de haal gaan. Maar ook andere redenen worden aangehaald. Sommige mensen vinden marihuana minder gevaarlijk dan alcohol. Anderen vinden drugsgebruik een kwestie van persoonlijke vrijheid. Weer anderen vinden dat de wetten oneerlijk worden uitgevoerd met als resultaat dat zwarte mensen vaker gearresteerd worden.

Lees meer op Yoo.rs

interview