Dr. Lester Grinspoon, prof emeritus aan Harvard “Ik geloof niet dat cannabisverslaving bestaat”.(dewereldmorgenbe)

Admin   maart 1, 2016   Geen reacties
vrijdag 18 september 2015 (dit artikel komt uit de WereldMorgen Be)
 
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Patrick Dewals.

Dr. Lester Grinspoon is associate professor emeritus in de psychiatrie aan de Harvard Medical School. Vijfenveertig jaar geleden onderzocht hij de legitimiteit van het cannabisverbod. Tot zijn verbazing ontdekte hij een enorme keten van leugens die sindsdien al miljoenen Amerikanen achter de tralies bracht. Vanaf dan werd hij een fervent pleitbezorger om de waarheid over cannabis bij de mensen te brengen. Ik had eind augustus 2015 een telefonisch gesprek met hem. Dit is het transcript van ons Skype-gesprek.

Dewals: Professor kan u mij vertellen hoe u geïnteresseerd bent geraakt in cannabis?

Professor Grinspoon: Het begon in 1966. Tijdens mijn anti-Vietnam activisme ontmoette ik Carl Sagan, toen docent aan de Harvard universiteit, en we werden goede vrienden. Toen ik Carl ontmoette was ik er rotsvast van overtuigd dat cannabis een zeer schadelijke drug was. Op een dag nodigde hij mij voor een feestje bij hem thuis uit en ontdekte er dat niet alleen Carl, maar eveneens veel van zijn vrienden, cannabis rookte. Deze mensen waren allen zeer hoog opgeleid maar toch vond ik het mijn taak om hen uit te leggen hoe schadelijk cannabis was. Het resultaat was dat zij mijn goedbedoelde raad weg lachten en Carl me vertelde dat cannabis helemaal niet schadelijk was. Deze ervaring zette me aan het denken en ik vatte het idee op, om een paper te schrijven waarin ik op zoek ging naar de medische wetenschappelijke basis voor het juridische cannabisverbod. Eind jaren zestig leidde dit verbod tot de arrestatie van ongeveer 300.000 mensen, overwegend jongeren, per jaar in de VS. De overgrote meerderheid van hen voor eenvoudig bezit. In de bibliotheek van de Medical School ontdekte ik hoe fout mijn beperkte kennis over cannabis bleek. Niet alleen was cannabis niet schadelijk maar het bleek opmerkelijk niet-toxisch. De nefaste effecten voor de gebruiker werden niet veroorzaakt door de cannabisplant maar door het repressieve beleid ten aanzien van de cannabisgebruikers. Onder hen verdwenen er veel in de gevangenis en nog meer zagen hun loopbaan en leven gehypothekeerd. Uiteindelijk wijdde ik een artikel aan het onderwerp dat het International Journal of Psychiatry publiceerde. Één van de weinige mensen die het las, was de redacteur van Scientific American, een populair wetenschapsmagazine in de VS. Hij vroeg me om het artikel in te korten, waarna hij het in één van de komende edities van het magazine als hoofdartikel zou plaatsen. Toen mijn artikel in het nummer van november 1969 werd uitgebracht, zorgde het onmiddellijk voor een enorme golf aan reacties die uitmondde in het voorstel van drie verschillende uitgeverijen om een boek over cannabis te schrijven. Uiteindelijk schreef ik mijn boek Marihuana Reconsidered, dat in 1971 uitkwam, bij de Harvard University Press. Tijdens het onderzoek voor het boek merkte ik niet alleen dat cannabis onschadelijk was, maar ik begon eveneens te begrijpen waarom mensen het gebruikten. Op hetzelfde moment besliste ik, op 42-jarige leeftijd, dat ik cannabis zou gaan gebruiken. Het was simpelweg een ervaring die ik niet wou laten liggen. Maar ik wist dat als het boek een succes werd er een grote kans bestond dat ik voor een Congres- of Senaatscommissie, als deskundige, zou moeten getuigen. Omdat ik niet wenste dat mijn eigen cannabiservaringen mijn getuigenis ondermijnden, besloot ik mijn ‘eerste keer’ uit te stellen tot twee jaar na het verschijnen van mijn boek. En inderdaad, men vroeg mij om voor een Senaatscommissie te getuigen. Ik herinner me een grote senator die nogal twijfelachtig stond tegenover alles wat ik zei. Hij vroeg me “Dokter heeft u ooit cannabis gebruikt?” en ik antwoordde “Senator ik zou u vraag graag beantwoorden maar kan u me eerst vertellen of u na een bevestigend antwoord vanwege mezelf, meer of minder sympathie voor mijn antwoord zal hebben?”. Hij staarde me aan en zei: “Meneer, u bent brutaal” en liep langs de achterdeur weg. Toen ik later die dag naar huis reed, zei ik tegen mijn vrouw Betsy “De tijd is gekomen” en ergens die week zou ik cannabis voor de eerste keer gebruiken.

Dewals: U zei eerder dat u door uw onderzoek begreep waarom mensen cannabis gingen gebruiken. Welke zijn deze redenen?

Professor Grinspoon: De meeste mensen gebruiken cannabis voor het recreatieve, sociale ontspannende element. Maar cannabis heeft tevens een zeer lange geschiedenis als geneesmiddel. We weten dat Shen Nung, een Chinese keizer, ongeveer 5000 jaar geleden cannabis al gebruikte als medicijn. In de moderne westerse geneeskunde moeten we tot het midden van de 19e eeuw wachten eer men cannabis ging gebruiken. Het was de Engelsman, William O’Shaughnessy, die het introduceerde. Destijds werkte hij in Calcutta en zag hoe de inheemse bevolking cannabis als medicijn benutte. Hij begon testen op dieren uit te voeren om er zeker van te zijn dat cannabis een veilig product was en publiceerde bij thuiskomst in Engeland zijn bevindingen. In mijn eigen literatuurstudie telde ik tussen 1849, het jaar dat O’Shaughnessy zijn eerste paper publiceerde, en 1900 ongeveer honderd wetenschappelijke artikelen over de medische eigenschappen van cannabis. Ondertussen zijn het er een veelvoud geworden. Men kan cannabis eveneens innemen ter versterking van een breed scala aan menselijke activiteiten. Iedereen die ooit cannabis heeft gebruikt, weet dat een gewone maaltijd tijdens een cannabisroes als een buitengewone culinaire traktatie kan smaken of dat ze de seksuele ervaring kan intensifiëren. Deze ervaringen liggen aan de oppervlakte maar zodra men een meer ervaren cannabisgebruiker wordt kan men diepere ervaringen ontdekken, bijvoorbeeld kunst op een andere manier bekijken en begrijpen of cannabis gebruiken voor creatieve of spirituele doeleinden.

Dewals: Hoe waren de reacties van uw collega’s en andere geleerden wanneer u uw eerste en controversiële boek Marihuana Reconsidered in 1971 publiceerde?

Professor Grinspoon: Ook daar kwam veel reactie op (lachje). Het belangrijkste gevolg voor mij betrof mijn loopbaan aan de universiteit. Toen mijn overste mij als kandidaat voor het hoogleraarschap naar voor schoof aan de universiteit. Op dat moment had ik al een zeventigtal papers over schizofrenie gepubliceerd en had ik een zekere expertise binnen dit domein. Wanneer hij terugkwam van het bevorderingscomité vertelde hij me dat de leden van de commissie van mijn werk over schizofrenie onder de indruk waren maar ze háátten Marihuana Reconsidered, omdat het veel te controversieel was.

Dewals: Zelfs met alle gegevens die u gebruikte om uw werk te ondersteunen?

Professor Grinspoon: Oh ja, ik kon het gewoon niet geloven. Ik zei tegen mijn overste: “Controversieel, hoe denkt het comité over wetenschap?”. Toen ik aanstalten maakte om zijn kantoor te verlaten zei hij “Ze vroegen me eveneens om je een vraag te stellen, wat ben je hierna van plan te doen, waar ga je je mee bezig houden?” Ik zei dat ik het nog niet wist, wat een leugen was, en dat ik als intellectueel de vrijheid wou hebben om mijn eigen weg te kunnen gaan. De affaire leidde tot de verwerping van mijn kandidatuur en ik moest tot 1995 wachten eer ik professor aan Harvard werd, twintig jaar na mijn eerste kandidatuur. In het begin was ik er kapot van. Maar doordat ik geen professor werd kon ik veel afdelingsvergaderingen en andere administratie verslindende arbeid overslaan. Waardoor ik veel tijd kreeg voor mijn eigen onderzoek. Daarnaast ging ik me actief inzetten tegen het cannabisverbod met haar destructieve maatschappelijke gevolgen.

Dewals: Is cannabis een verslavende drug en klopt het dat cannabis geen geneeskrachtige eigenschappen bezit?

Professor Grinspoon: Dit zijn mythen over cannabis. Er zijn nog steeds mensen die denken dat cannabis een verslavende stof is. Ze zeggen dat ongeveer 10% van de gebruikers verslaafd worden maar ik zie het niet op die manier. Natuurlijk gebruiken sommige mensen de hele tijd cannabis, vooral jongeren, maar ze doen dit voornamelijk omdat ze nog niet achterhaald hebben wat ze met hun leven willen doen. Ik rook bijna elke dag cannabis en dit al meer dan vier decennia. In die tijdsspanne waren er momenten dat ik het niet kon gebruiken en ik ervoer hier geen problemen mee. Ik moest bijvoorbeeld eens voor tien dagen naar Maleisië, om er een man te ontmoeten die wegens drugsmokkel ter dood was veroordeeld. Natuurlijk bracht ik geen marihuana mee en rookte de hele tijd niets maar ik voelde me goed. Ik miste het maar zonder meer.

Dewals: Dus cannabisverslaving is slechts een mythe?

Professor Grinspoon: Ik geloof niet dat er zoiets als cannabisverslaving bestaat, maar de meeste mensen zijn overbezorgd als ze ontdekken dat hun kinderen cannabis gebruiken. Veel van hen reageren daardoor overdreven en nemen hun kind onmiddellijk mee naar een arts of psychiater. Deze arts heeft geen andere keuze dan de jongere de diagnose van cannabisverslaafde op te kleven, zoals vermeld in de DSM, anders wordt de arts niet vergoed. Daarna gebruiken andere onderzoekers deze gegevens om aan te tonen dat 9 à 10 % van de cannabisgebruikers verslaafd zijn maar dat is een foute becijfering. Ik herinner me één van mijn studenten die cannabis rookte. Op een dag besloot hij te stoppen om aan zichzelf te bewijzen dat hij niet verslaafd was. Het inspireerde me en ik deed hetzelfde maar dan voor veertig dagen om te zien wat er gebeurde. Opnieuw beleefde ik geen nadelige gevolgen. De mensen die beweren dat marihuana verslavend is begeven zich op zeer dun ijs, ze hebben geen echt bewijs.

Dewals: Denkt u dat artsen en therapeuten die in afkickcentra werken een belangenconflict ervaren? Wanneer een cannabisgebruiker niet langer als een verslaafde behandeld dient te worden, vervallen veel van hen in de werkloosheid?

Professor Grinspoon: Absoluut! Zoals ik hierboven al zei moeten ze cannabisgebruikers als verslaafden diagnosticeren anders missen ze hun vergoeding. Maar je kan cannabis niet vergelijken met opiaten of alcohol. Vooral de alcoholverslaafden kunnen ernstige ontwenningsverschijnselen ervaren.

Dewals: Kan cannabis de oorzaak van psychose of schizofrenie zijn?

Professor Grinspoon: Absoluut niet! Schizofrenie is een aangeboren aandoening, maar ze manifesteert zich niet altijd onmiddellijk. Meestal is het tijdens de adolescentie dat men de eerste symptomen ervaart. De enige manier dat cannabisgebruik gerelateerd kan worden met schizofrenie is volgens mij wanneer mensen die niet gewend zijn om cannabis te roken, ongeïnformeerd cannabis gaan roken. Soms worden sommige rokers angstig of paranoia, natuurlijk voelt dit onprettig aan. Dat is dan ook meteen de reden waarom mensen moeten leren om marihuana te roken. Ze moeten zich informeren over de mogelijke gevolgen. Ik kan me voorstellen dat bij iemand die cannabisonwetend is, en een kwetsbaarheid heeft om schizofrenie te ontwikkelen, een gelijksoortige eerste ervaring het cannabisgebruik kan optreden als een uitlokkend evenement. Veel schizofrenen vertellen dat hun eerste psychotische episode begon na zo’n trigger moment. Tal van redenen kunnen een psychose uitlokken, van een auto-ongeval tot het overlijden van een dierbare. En ik kan me voorstellen, ik heb dit nog nooit gezien, dat het naïef gebruik van cannabis kan fungeren als een uitlokkende gebeurtenis.

Dewals: Maar dan is het gebruik van cannabis niet de oorzaak van de schizofrene stoornis. De persoon werd met een kwetsbaarheid geboren?

Professor Grinspoon: Zeker. De mensen die beweren dat cannabis de oorzaak van schizofrenie is, kunnen dit niet bewijzen. De prevalentie van schizofrenie is 1% over de hele wereld, doorheen de verschillende culturen, verspreid. Gezien de hoeveelheid mensen die vanaf de jaren zestig cannabis beginnen roken zijn, met inbegrip van jongeren die beter zouden wachten tot hun hersenen helemaal ontwikkeld zijn, zou dit ontegensprekelijk hebben moeten leiden tot een hogere prevalentie. Maar geen enkele wetenschapper heeft zelfs maar de kleinste toename van de prevalentie van schizofrenie waargenomen.

Dewals: Wat weet u over cannabis als middel om kanker te bestrijden?

Professor Grinspoon: Ik ben blij dat u de kwestie aanhaalt. Vandaag hoor ik veel mensen praten alsof cannabis kanker kan genezen en dat baart me zorgen. Sommige mensen, die hierover niet genoeg geïnformeerd zijn, nemen veel te vlug de beslissing om geen arts te raadplegen en missen hierdoor noodzakelijke behandelingen als chemotherapie, bestraling of chirurgie. Dit resulteert in kostbaar tijdsverlies, met kanker moet je gewoon zo snel mogelijk naar de dokter. Volgens mij geneest cannabis kanker dus niet. Er zijn echter wel een aantal cannabiseigenschappen die maken dat patiënten er goed aan doen om cannabis naast de moderne westerse oncologische behandelingen te gebruiken. Bij chemotherapie bijvoorbeeld treedt cannabis op tegen de bijwerkingen van de behandeling zoals aanhoudende misselijkheid en braken. Cannabis kan tevens helpen om de grootte van tumoren te doen verminderen, hetgeen belangrijk is wanneer de tumor voor een obstructie zorgt. Daarnaast stimuleert het de eetlust en in petrischalen heeft men vastgesteld dat het toevoegen van cannabis bij kankercellen de verspreiding van kankercellen stopt, kankercellen doodt en de gezonde cellen onaangetast laat. Tenslotte interfereert het met de bloedstroom in de tumor waardoor het de tumor vernietigt. Er zijn dus een aantal effecten die aantonen dat cannabis kanker afremt en die maken het belangrijk om cannabis bij kanker te gebruiken maar dan als toevoeging aan de moderne geneeskunde.

Dewals: In België stelt onze minister van gezondheid, Maggie De Block, nota bene een arts, dat men cannabis niet als medicijn kan gebruiken omdat hiervoor geen enkel bewijs bestaat. Volgens haar is Sativex, een geneesmiddel op basis van THC (het psychoactieve ingrediënt van cannabis), het enige middel dat zijn werking aantoont en dan nog alleen bij MS-patiënten. Wat is uw reactie hierop?

Professor Grinspoon: Laat ik beginnen met te zeggen dat Sativex, cannabis is! Zeggen dat Sativex je helpt en cannabis niet is dom. Vertellen dat er geen bewijzen zijn dat cannabis werkt is onzin. Er zijn bergen anekdotisch bewijs, je kan dit niet zomaar ontkennen. We zijn gewend geraakt aan het idee dat onze geneesmiddelen afkomstig zijn van farmaceutische bedrijven die dubbelblinde tests uitvoeren om de werking van een bepaalde stof te bewijzen. Maar cannabis is een plant en een plant kan men niet patenteren zoals een andere stof. Voor een farmaceutisch bedrijf is het niet interessant om zeer kostelijke en langdurige tests uit te voeren wanneer ze bij aanvang al weet dat in geval van een positief eindresultaat, iedereen het product kan verkopen omdat men het tijdelijke monopolierecht, dat een patent geeft, niet krijgt. Dat is de reden waarom de farmaceutische bedrijven niet geïnteresseerd zijn in het testen van cannabis.

Dewals: Zegt u nu dat cannabis een geweldig medicijn voor de mensen is maar niet voor de farmaceutische bedrijven?

Professor Grinspoon: Absoluut! Een andere reden waarom men zich geen zorgen moet maken over het gebruik van cannabis is omdat het niet-toxisch is. Mijn eerste patiënt met de ziekte van Crohn had jaren na haar darmoperatie nog steeds zoveel last van haar ziekte dat ze op het punt stond haar werk, dat ze graag deed, op te geven. Dus raadde ik haar aan om cannabis te proberen er bij stellend dat ik niet wist of het haar zou helpen maar het zou haar zeker niet schaden. En als men vandaag de medische literatuur raadpleegt, weet men dat cannabis een zeer belangrijke behandeling bij de ziekte van Crohn vormt. Sommige mensen zeggen mij dat ik cannabis niet bij alle radeloze gevallen moet aanraden. Maar dat is dom, cannabis zou kunnen helpen en het zal de patiënt zeker geen schade berokkenen. Als het helpt, heeft de zieke geluk want het heeft geen ernstige bijwerkingen en het is bovendien goedkoop.

 

 Bron dewereldmorgenbe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>